Morrillero Alicanto - September 2001 PDF Afdrukken E-mail

De liefde voor een vliegende stierennek

Door: Simon en Sandra

De liefde voor dit mooie ras begon op een mooie zomerzondag op de til bij Aad Boeters.
Daar was ik samen met een paar duivenvrienden (jaja die heb ik ook) de loksport aan het bekijken.
Plots werd mijn aandacht getrokken door een witte duif die zo krom vloog, dat het wel een banaan leek.
Later werd mij duidelijk dat dit mooie ras ook wel ‘banaantjes’ werden genoemd.
Ik zeg tegen Aad: ,,kun je die ook binnen halen.’’ Hij haalde alles uit de kast en het lukte hem ook nog.
Ik wilde dit duifje graag mee naar Gendringen nemen, want ik was er meteen verliefd op.

De eigenaar van deze duif was minder gelukkig met deze actie.
Dat was, zo bleek later, Freek van Vliet. Freek had al meer ervaring met dit ras, wat bleek uit het gesprek
dat ik met hem had om een duivin voor mijn (zijn) doffertje te vragen.

 



Het ras bleek niet erg sterk en de vitaliteit was benedenmaats.
Ik dook eens in de boeken en tijdschriften en het SIS-Bulletin om wat meer over dit ras te weten te komen.
Maar echt veel was er niet te vinden. Dan maar naar Spanje.
Maar ook toen ik daar om adressen vroeg was het enige wat ik te horen kreeg als je nu ‘s avonds om een
uur of zeven op een heuvel of berg gaat staan dan zie je vanzelf duiven vliegen.
Ik dacht Morrillero Alicantino dan moet ik  maar eens in Alicante gaan kijken.
Zo gezegd zo gedaan.
San en ik vertrokken met de bus naar Alicante.
Na 24 uur kwamen wij kiplekker uit de bus, en kon onze zoektocht beginnen.
Wij boven op de berg geklommen.
We kwamen van alles tegen maar geen Morrillero’s wat ik op zich erg jammer vond.

Maar ik heb dat jaar wel veel geleerd en gezien over de Paloma Deportivo (Pica) en contacten gelegd met mensen die elders in Spanje wel iemand kende met Morrillero’s. Dat werd dan wel een paar maanden later, maar dat was wat mijn betreft niet zo erg .Ik nam trouwens wel wat Pica’s mee, die ook leuk vlogen.
Ik hield volop contact en na een paar maanden kwam het bericht dat er wat Morrillero’s zaten.
Ik weer naar het reisbureau en vragen of dezelfde busmaatschappij reed, want daarbij mocht je huisdieren meenemen. Het antwoord was positief dus de reis werd geboekt.
Wederom naar hetzelfde plekje.

Ik had ook wat duiven uit Nederland meegenomen, wat Machenero’s, Gaditano’s en Haagse tilkroppers.
Eigenlijk wel vreemd: wij halen bepaalde rassen daar en bepaalde rassen gaan weer terug naar hen.
Daarmee kun je zien dat de rasduiven ook niet overal zitten en dat  in Spanje ook niet alles zo voorhanden is.
De meeste rassen zijn naar mijn idee erg streekgebonden.
Over de kwaliteit van de Machenero’s waren ze erg te spreken, maar goed die waren dan ook van Leo Sticker.

Ik was helemaal door de dolle heen toen ik die twee koppel Morrillero’s zag.
Wat een mooie diertjes zeg!!
Ik kreeg uitleg over het ras van voor naar achter.
Morrillero betekend stierennek.
En dat verklaard die dikke nek die de duif krijgt als hij seksueel geprikkeld wordt. Deze duiven zitten net als
in Den Haag in donkerhokken en de sport wordt eigenlijk een beetje bedreven zoals vroeger in Amsterdam.
Niet in zo’n grote klit maar wel met meer dan drie, en dan proberen de duif van je buurman af te loksen.
Dus met die stierennek zit het wel goed. Die mooie opgezette nek moet het liefst zolang als de staart zijn maar wel in proporties.
Het ideale is als de nekveertjes gaan openstaan.
Bij de drift beginnen vooral de doffers hun staart onder hun lichaam te trekken waarbij een bolle stuit ontstaat. (Een soort karperrug, zoals bij de Machenero?)
Dat wil niet zeggen dat duivinnen dit niet doen, maar wel in mindere mate.
Het sierlijke aan dit ras is dat ze voor op hun teentjes gaan staan.

Bij het vliegen wordt een bolle staart gewenst.
En vliegen dat kunnen ze!!

Hun vleugels dragen ze onder de staart, die net als bij de meeste rassen uit 12 staartpennen bestaat.
Tijdens mijn laatste verblijf in Spanje afgelopen april, waar we bij de grote mannen uit Spanje op bezoek waren, leerden we Paco kennen.
Hij was de laatste drie jaar kampioen van Spanje geworden met Morrillero’s en ook nog eens het laatste jaar met Granadino’s, die hij ook in alle kleuren had.
Hij leerde ons veel over de Morrillero, maar had nog nooit een tatoeage gezien van een Morrillero. (Die had die gekke Hollander wel.)

 

 

We kregen hier trouwens een rondleiding langs verschillende fokkers en ik kan me vergissen maar volgens mij heb ik hier alle erkende Spaanse SIS-rassen gezien.
Mijn aandacht werd nog eens extra gestimuleerd, doordat Bernadino (onze Spaanse gids) om Slenkers vroeg.
Het verhaal wil dat de Morrillero en de Slenker aan elkaar verwant zijn.
En zeker als ik de Gelderse Slenk bekijk zie ik overeenkomsten.
Dit is wel prettig want in Spanje zijn de kleurtjes niet echt veel voorhanden.
Het enige wat je hoort is ‘azul’ (dat is blauw) en dat zijn nou net de kleur die ik niet echt mooi vind.

Inmiddels ben ik wel de trotse bezitter van zwarte, zwartbonte, rode en roodbonte, en ik hoop er nog een aantal kleurtjes bij te krijgen.
Want ook het fokken van dit ras gaat vrij gemakkelijk.
Over twee dagen ga ik weer naar Spanje, waar ik zeker weer naar duiven op zoek ga. Misschien breng ik jullie daarna weer verslag uit.