Vliegeigenschappen Canaria

  

De Canaria in Spanje, ook wel de verleider van de eilanden genoemd. Het is een echte werkduif en nog een jong ras (+/- 1988). Het ras is terug gefokt naar een ouder bestaand ras van vroegere jaren in Spanje (de toenmalige Spaanse vliegende Valenciana, niet te vergelijken met de Hollandse Valenciana van nu). Dit door oudere liefhebbers op de Canarische eilanden, voornamelijk op het eiland Gran Canaria in de regio rond Las Palmas. In 1994 naar Nederland gehaald door Huub Vermeulen. Hij is sinds enkele jaren erkend in Spanje als ras. In Nederland is de Canaria in feb. 2006 ter erkenning aangeboden tijdens de Kleindieren Expo in Utrecht. Sinds dat moment is de Canaria een erkend ras in Nederland.

De Canaria is de laatste jaren binnen de SIS een zeer populair ras geworden. Hij heeft dit mede te danken aan het feit dat het een makkelijk te houden duif is, die alle facetten van de Haagse til- en loksport beheerst. Ook zijn diversiteit aan kleuren maken hem tot een populaire duif. Maar er zijn wel degelijk grote verschillen met de duif van toen en de duif van nu!

De Canaria is een atletische gebouwde, temperamentvolle vogel. Hij is zeer wendbaar. Volop in actie is hij zelfs nerveus, onrustig en constant in beweging om zijn duif naar zijn hok te lokken. Hij houdt de duif goed in de gaten, en slaat direct weer na als de duif doorvliegt. Hij kan met gemak lange vluchten maken. Zijn slag is snel maar elegant hij maakt deze dan ook helemaal af, wanneer hij op zijn gemak vliegt. Hij vliegt met een middelmatige peervormige hangende krop heel licht gevuld met name aan de onderzijde, deze moet zo beheersbaar zijn en niet te groot zijn waardoor hij uit onbalans raakt. Tijdens zijn vlucht mag zijn krop dan ook niet slingeren. Hij mag zeker geen te snelle slag maken waardoor het lijkt dat hij zwemt. Tijdens het afslaan maakt hij een klappend geluid, en zijn staart is recht en half gesloten.

Eenmaal op de grond paradeert hij op een liefelijke wijze voor het vrouwtje om haar in zijn hok te lokken en het hof te maken, bij het paraderen, raakt hij het vrouwtje niet aan en achtervolgt haar niet. Uiteindelijk zal hij gaan balken in zijn hok om zo zijn duifje in het hok te lokken. Hij kan met gemak zelf zijn jongen groot brengen. Heeft geen last van kropverzuring. Heeft geen aanleg, last van slijmvorming in de bek. Is een prettige, tamme duif in de omgang. In de hand voelt hij niet breed en krachtig aan, zoals bv wel een Laudino, Jiennense, Granadino etc. Hij is licht van gewicht.

Fouten tijdens zijn vlucht. Geen atletisch uiterlijk, met weinig temperament en actie. Een krop die slingert in de lucht. Een te kleine krop zodat deze nauwelijks zichtbaar is tijdens zijn vlucht. Een te geblazen krop, zodat deze niet meer hangt. Te korte vluchten. Hangende poten tijdens het vliegen.

Fouten op het hok. Schichtig, Schuw. Geen atletische voorkomen. Agressief gedrag naar de duivin. Te grote krop die tijdens het koeren over de grond sleept. Blazende krop. Hangende vleugels. Te open stuit. Te groot of te klein van lichaamsbouw en stand. De term in verhouding is dan ook een te ruim begrip voor deze mooie vogel. Deze duif heeft duidelijk grenzen van maten en gewicht!